Wat mag je nog zeggen als je het al goed doet?
Vanaf 27 september 2026 verandert er iets fundamenteels in hoe bedrijven in de EU mogen praten over klimaat en duurzaamheid. Richtlijn 2024/825, ook wel de EmpCo-richtlijn genoemd, verbiedt een reeks claims die tot nu toe heel gewoon waren: "CO2-neutraal", "klimaatneutraal", "klimaatpositief" en vage termen als "groen" of "duurzaam" zonder een erkend keurmerk erachter. Dat roept een lastige vraag op. Wat is straks nog het verschil tussen een bedrijf dat écht investeert in de keten en een bedrijf dat dat niet doet, als beide niet meer met dezelfde woorden mogen communiceren?
Wat er per 27 september verandert
De richtlijn plaatst een aantal praktijken op een zwarte lijst: die zijn dan altijd verboden, ongeacht hoe eerlijk bedoeld. Drie regels raken een koffiebranderij direct.
Compensatieclaims mogen niet meer als basis dienen voor "CO2-neutraal" of "klimaatpositief". Het planten van bomen elders in de keten telt dus niet meer mee als bewijs dat een product zelf neutraal is.
Generieke woorden als "duurzaam", "groen" of "klimaatvriendelijk" mogen alleen nog met een relevante onderbouwing: een erkend keurmerk of een bewezen topprestatie.
Een claim over de hele branderij of het hele product mag niet meer als hij eigenlijk maar op één project of onderdeel slaat.
Dit geldt niet alleen voor websites. Ook verpakkingen vallen eronder en die zijn eigenlijk kwetsbaarder, want een drukoplage pas je niet in vijf minuten aan zoals een webpagina.
Waarom dit meer is dan een taalprobleem
Het makkelijkste antwoord is dat de wetgever een eind wil maken aan greenwashing. Dat klopt, maar het verklaart niet waarom ook eerlijke claims soms sneuvelen. Het achterliggende probleem is een marktmechanisme: jarenlang was een vage duurzaamheidsclaim goedkoper te produceren dan een daadwerkelijke verandering in de keten. Wie vaag bleef, liep geen risico. Wie concreet was, kon worden tegengesproken op details. Zo raakte communicatie los van daadwerkelijke impact.
De richtlijn probeert dat recht te trekken, niet door elke individuele claim te controleren (dat is niet schaalbaar) maar door bepaalde taal helemaal te verbieden. Dat instrument is grof. Het raakt ook partijen die wél de onderbouwing hebben. Dat is geen gat in de wet, het is de prijs van een regel die generiek moet zijn.
Ons Bolivia-verhaal, opnieuw verteld
Een goed voorbeeld van hoe dat in de praktijk werkt, is ons project met Sicirec Bolivia. Tot nu toe schreven we daarover in termen als "klimaatpositief" en "volledig klimaatvriendelijk". Vanaf nu vertellen we hetzelfde verhaal anders.
Deze koffie komt uit de voedselbossen van onze partner Sicirec Bolivia, die samenwerkt met meer dan 2.700 kleinschalige boerenfamilies aan Plan Vivo-gecertificeerde herbebossingsprojecten. Wij dragen hieraan bij: dit jaar zijn dankzij onze steun circa 463 koffieplanten en 231 schaduwbomen aangeplant, een directe investering in herbebossing en het inkomen van de boerenfamilies ter plaatse. Over de teelt en oogst ontvangen we volledige informatie van Sicirec Bolivia, vastgelegd in ons koffiepaspoort. Vanaf de inkoop hebben we zelf de regie, tot en met het branden.
Er verdwijnt hier geen feit uit het verhaal. Wat verdwijnt, is het woord dat beloofde dat de koffie zelf klimaatneutraal was. Wat overblijft, is precies het soort informatie dat je kunt narekenen: een aantal, een certificering, een partner met naam.
Hetzelfde geldt voor het CO2-neutraal-beeldmerk dat naast dit verhaal stond en voor het Tree Planting Certificate van Sicirec Bolivia. Het beeldmerk oogde als een officieel keurmerk, dat was het niet, dus dat verdwijnt. Het certificaat blijft gewoon zichtbaar, alleen niet langer als bewijs van neutraliteit maar als wat het is: het bewijs van onze jaarlijkse bijdrage aan het herbebossingsproject.
Dus wat is straks het verschil?
Het verschil verschuift van taal naar bewijslast. Vroeger kon een bedrijf zich onderscheiden met een groter woord. Vanaf 27 september werkt dat niet meer, voor niemand. Wat overblijft, is een preciezer getal, een certificeerder die je kunt opzoeken, een boer die je kunt traceren via het koffiepaspoort. Wie dat al had, verliest niets. Wie dat niet had, heeft nu geen taal meer om het gemis te verbergen.
Voor Special Roast (specialroast.nl) betekent dat vooral een verschuiving van waar het voordeel zit. Minder ruimte voor grote woorden, meer ruimte voor herleidbaarheid. Dat is precies waar we al langer op inzetten: directe inkoop, een koffiepaspoort per origin en boeren die met naam worden genoemd in plaats van in een verzamelbegrip als "duurzaam".
Tot slot
Deze wet is geen bedreiging voor wie iets te laten zien heeft. Het is een correctie op een periode waarin taal en werkelijkheid te ver uit elkaar konden lopen. Wij passen onze eigen teksten aan, niet omdat het verhaal minder waar is geworden, maar omdat het nu op een andere manier verteld moet worden. Het verhaal zelf (boeren, bomen, herkomst) blijft precies hetzelfde overeind.

